Dynamisch, zelfconsumptie of AI-modus? Wat moet je batterijstrategie na salderen zijn?

Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Voor wie een thuisbatterij heeft, verandert daarmee niet alleen de opbrengst — maar ook welke strategie nog logisch is. De modus die nu voor veel mensen standaard aanstaat, dynamisch handelen, is vanaf dat moment voor de meeste huishoudens niet meer de slimste keuze.

Samen met Jeroen Bakker hebben we het doorgerekend op echte data: wat levert zelfconsumptie op, wat levert dynamisch handelen op, en wat zit er nou werkelijk achter die slimme modus of AI-modus waar inmiddels elke fabrikant mee schermt?

Wat er op 1 januari precies verandert

Nu mag je je teruggeleverde stroom nog wegstrepen tegen je afgenomen stroom. Dat is salderen, en het betekent dat een kilowattuur die je teruglevert net zoveel waard is als een kilowattuur die je afneemt. Vanaf 2027 is dat voorbij, en vallen de twee prijzen uit elkaar.

  • Voor afnemen betaal je: de beursprijs van stroom + de inkoopvergoeding van je leverancier + energiebelasting + btw over het geheel.
  • Voor terugleveren krijg je: de beursprijs, plus de verkoopvergoeding van je leverancier.

Het verschil zit hem vooral in de energiebelasting. Die betaal je wél bij afname, maar krijg je niet terug bij teruglevering — en met salderen viel dat tot nu toe tegen elkaar weg. Op het moment van schrijven staat er in de plannen van het kabinet dat de energiebelasting in 2027 8,8 cent cent per kWh gaat zijn. Inclusief btw is dat 10,65 cent per kWh.

Die 10,65 cent is precies wat de rekensom voor een thuisbatterij op zijn kop zet. Koop je goedkope stroom in om hem duur te verkopen, dan komt die belasting er aan de inkoopkant bovenop en gaat hij er aan de verkoopkant niet meer af. Dat is een flinke hap uit je marge.

De batterij waarmee we rekenen

Om niet te verzanden in configuraties hebben we één referentiehuishouden gebruikt, met een formaat batterij dat veel mensen inmiddels hebben:

Capaciteit5 kWh
Vermogen2.500W laden en ontladen
Rendement (RTE)80%
Aanschafprijs€1.150 inclusief btw (circa €230 per kWh)
Opwek zonnepanelen5.800 kWh per jaar, alles op zuid
Afname5.500 kWh per jaar
Teruglevering4.000 kWh per jaar
Verbruik avond en nacht3 kWh
Contractdynamisch

De berekeningen zijn gemaakt met de stroomanalysetool van Jeroen, op basis van kwartierdata over de afgelopen twaalf maanden. Het profiel is een gemiddelde van zo’n 120 analyses van huishoudens die in deze range zitten — geen theoretisch model dus, maar echte meterstanden.

Eén ding vooraf, want het is de belangrijkste nuance van dit hele verhaal: de terugverdientijd is geen eigenschap van de batterij, maar van het huishouden. Dezelfde batterij levert bij je buurman iets heel anders op, simpelweg omdat zijn verbruiksprofiel anders is. De getallen hieronder zijn een richtlijn, geen belofte.

Strategie 1: zelfconsumptie

Zelfconsumptie is het simpelste principe dat er is. Je slaat de zonnestroom op die je overdag niet zelf verbruikt, en haalt hem er ’s avonds en ’s nachts weer uit. Je verplaatst je eigen stroom in de tijd, in plaats van hem terug te leveren en later duurder terug te kopen.

Precies daarom wordt deze modus vanaf 2027 juist interessanter. Elke kilowattuur die je uit je eigen batterij haalt in plaats van van het net, bespaart je de volle prijs: de beursprijs, de inkoopvergoeding, de energiebelasting én de btw daarover. Dat is een stuk meer dan de kale marktprijs die je zou krijgen als je hem had teruggeleverd.

In ons voorbeeld stijgt de zelfconsumptiegraad van zo’n 30 procent zonder batterij naar 50 à 60 procent mét batterij.

  • Opbrengst: €207 per jaar (gemiddeld 57 cent per dag)
  • Terugverdientijd: 5,6 jaar

Belangrijke voorwaarde: je batterij moet wel in verhouding staan tot je opwek én je verbruik. Heb je maar een paar panelen, dan krijg je een batterij van 5 kWh simpelweg niet vol en haal je dit rendement nooit. En heb je weinig verbruik in de avond en nacht, dan krijg je hem niet leeg. Beide kanten moeten kloppen.

Strategie 2: dynamisch handelen

Hierbij laadt je batterij op als de dynamische prijs laag staat, en ontlaadt hij naar het net als de prijs hoog staat. Het verschil tussen die twee momenten — de spread — is je marge. Dit is de modus die veel installateurs nu nog actief verkopen, met “goedkoop inkopen, duur verkopen” in de brochure.

  • Opbrengst: €60 per jaar (gemiddeld 16 cent per dag)
  • Terugverdientijd: 19,1 jaar

Vijf euro per maand, met een batterij die je 1.150 euro heeft gekost. Als je geen zonnepanelen hebt en je batterij puur hiervoor gebruikt, is dat wat er overblijft.

Waarom het zo weinig is

Een batterij heeft sowieso een minimale spread nodig om break-even te draaien. Door de laad- en ontlaadverliezen en de afschrijving van de batterij ligt die drempel al op zo’n 6 à 7 cent per kilowattuur. Daar komt vanaf 2027 de energiebelasting van 10,65 cent bovenop.

Oftewel: je hebt een prijsverschil van ongeveer 17 cent per kilowattuur nodig voordat handelen überhaupt iets oplevert. Zit het verschil tussen hoog en laag die dag daaronder, dan kun je je batterij beter uit laten staan — dan degradeer je hem alleen maar.

Dat zulke dagen zeldzamer worden, heeft ook een structurele oorzaak. In 2021 en 2022 liepen de dynamische prijzen enorm uiteen: veel zonneparken en windmolens konden nog niet worden teruggeregeld, dus je had regelmatig diep negatieve prijzen én forse pieken. Inmiddels is dat veel beter stuurbaar, waardoor de prijzen vlakker zijn geworden. De extremen zijn er nog wel, maar veel minder vaak.

Een hoge piek is nog geen opbrengst

Hier gaat het in de media regelmatig mis. “Hoogste stroomprijs vandaag 90 cent” klinkt als een gouden kans, maar die prijs geldt soms maar één kwartier. Daarna zakt hij terug naar 50 cent.

Je batterij heeft tijd nodig. Met 2.500 watt vermogen krijg je 5 kWh er niet in één kwartier uit. De spread moet dus niet alleen groot genoeg zijn, maar ook lang genoeg duren. Vermogen is daarom net zo belangrijk als capaciteit.

Zit er een seizoenspatroon in?

Ja. De grootste prijsverschillen zie je in de lente en de herfst — en mei en juni springen eruit. Dan is er veel zon, maar wisselt de bewolking sterk, waardoor de opwek slecht te voorspellen is. De winter en de hoogzomer zijn juist een stuk voorspelbaarder, en dus vlakker.

Strategie 3: de slimme modus of AI-modus

Vrijwel elke stekkerbatterij heeft tegenwoordig een derde stand, met een naam als “slimme modus” of “AI-modus”. Wat zit daaronder? In de kern drie dingen:

  1. Zelfconsumptie als basis. Dit is verreweg het grootste deel van de opbrengst.
  2. Dynamisch handelen wanneer het die dag wél uit kan. Is de spread groot genoeg, dan schakelt hij om; is dat de volgende dag niet zo, dan valt hij terug op zelfconsumptie. Je hoeft dat niet handmatig om te zetten.
  3. Een stukje forecasting. De batterij probeert te voorspellen wanneer je verbruik aankomt en hoeveel zon er te verwachten is, en laadt daarop vooruit.

Dat eerste punt is het belangrijkste om te snappen: een AI-modus is geen vierde verdienmodel dat er los bovenop komt. Het is een slimme combinatie van de twee strategieën die je hierboven al zag.

Wat levert die combinatie dan op?

Je kunt €207 en €60 niet simpelweg optellen: op het moment dat je batterij staat te handelen, kan hij niet tegelijk in je eigen verbruik voorzien. We zijn daarom behoudend gaan rekenen, met de helft van de dynamische opbrengst als bonus en 3 procent extra voor de forecasting.

OnderdeelPer jaar
Zelfconsumptie€207
Dynamisch, waar het uit kan (de helft van €60)€30
Forecasting (3%)€7
Totaal€244
  • Opbrengst: €244 per jaar
  • Terugverdientijd: 4,7 jaar

Dat is 15 à 16 procent meer dan zelfconsumptie alleen. Een mooie stap, maar geen andere orde van grootte. En dat is precies het punt.

De claims kloppen zelden met de werkelijkheid

Fabrikanten adverteren met “+60%” of met terugverdientijden van 2,6 jaar. Ten opzichte van wát, is dan de vraag die nooit beantwoord wordt.

Daar komt bij dat een AI-modus een black box is. Geen enkele fabrikant laat zien welke modellen ze gebruiken, welke variabelen erin zitten en hoe die worden bepaald. Zonder dat valt er niets te verifiëren en niets eerlijk te vergelijken — je zou alle merken maandenlang naast elkaar moeten draaien op dezelfde P1-data.

En forecasting is bovendien echt moeilijk. Het gaat niet om de vraag óf de zon schijnt, maar om de instraling — en die gaat dwars door bewolking heen. Wie denkt dat je daarvoor even de weersverwachting kunt raadplegen, werkt met de verkeerde data.

De praktische conclusie: een slimme modus is prettig, maar het is geen reden om voor een bepaald merk te kiezen. Vrijwel iedereen doet het inmiddels, in een of andere vorm. Het is geen unique selling point.

Eenzijdig handelen: wat je in de winter wél kunt doen

In de winter heb je nauwelijks eigen opwek, en gaat de zonnestroom die je wel hebt direct je huis in. Zelfconsumptie levert dan weinig op, en dynamisch handelen is zoals gezegd zelden rendabel. Blijft je batterij dan maar stilstaan?

Dat hoeft niet. Er is een tussenvorm die je zelf kunt instellen: je laadt op als de prijs laag staat, maar je verkoopt niets terug aan het net. Je gebruikt die stroom uitsluitend voor je eigen huis op dure momenten. Je handelt dan maar één kant op, en altijd in je eigen voordeel.

Concreet ziet dat er zo uit:

  • Overdag laden, grofweg tussen elf en drie, als de prijzen doorgaans lager liggen. Die stroom gebruik je voor de avondpiek.
  • ’s Nachts bijladen, ergens tussen tien uur ’s avonds en vier uur ’s ochtends, voor de ochtendpiek.

Belangrijk: zet je batterij hiervoor niet in de dynamische modus, want dan gaat hij alsnog terugleveren en betaal je de energiebelasting voor niets. Je wil dat hij na het laden simpelweg je meter op nul houdt — net zoveel leveren als je huis nodig heeft, tot hij leeg is.

Een grove vuistregel: zet hem van maart tot en met september op zelfconsumptie, en in de donkere maanden op deze eenzijdige variant. Dan doet je batterij het hele jaar door iets.

De drie strategieën naast elkaar

StrategiePer jaarPer dagTerugverdientijd
Zelfconsumptie€207€0,575,6 jaar
Dynamisch handelen€60€0,1619,1 jaar
Slimme / AI-modus€244€0,674,7 jaar

De conclusie is er een die voor de meeste huishoudens geldt: je batterij vanaf 1 januari 2027 continu in dynamische modus laten draaien, is financieel geen goed idee meer. Zelfconsumptie wordt de basis, en handelen hooguit het toetje.

Wat er niet in deze cijfers zit

  • Installatiekosten. Wil je die 2.500 watt daadwerkelijk halen, dan moet je batterij fatsoenlijk worden aangesloten in de meterkast. Een elektricien komt niet voor niets. Blijf je op 800 watt in het stopcontact, dan krijg je een heel ander plaatje.
  • Je batterij verhuren. Partijen als Zonneplan en Frank Energie kunnen je batterij aansturen op balanceringsmarkten, intraday en netcongestie. Dat is een wezenlijk andere strategie, waar je zelf geen invloed op hebt, en die we hier bewust buiten beschouwing hebben gelaten. Over het netcongestiedeel schreven we eerder dit artikel.
  • Veiligheid. Deze rekensom gaat uit van €230 per kilowattuur, en daar zitten vooral goedkope merken. Certificering en testen zijn in China soepeler geregeld dan in Europa. Dat hoort bij het verhaal, ook al valt het buiten deze berekening.
  • Toekomstige prijsontwikkelingen. Dynamische stroomprijzen hangen sterk samen met de gasprijs. Gaat die omhoog, dan wordt dit alles lucratiever. Gaat hij omlaag, dan het omgekeerde. En vanaf 2029 komen er bovendien tijdsafhankelijke nettarieven bij, die de rekensom opnieuw veranderen.

Twee begrippen die je batterij maken of breken

RTE (round-trip efficiency). Hoeveel je verliest bij het laden en ontladen. Vergelijk het met een fles stroop: er blijft altijd iets achter. Fabrikanten noemen 87 tot 95 procent, maar in de praktijk kun je beter rekenen met 20 tot 25 procent verlies. Jeroen rekent zelfs met 75 procent rendement — liever conservatief, dan valt het mee. Wij zijn in deze berekening uitgegaan van 80 procent.

DoD (depth of discharge). Hoe ver je de batterij mag leegtrekken zonder de cellen te beschadigen. Je houdt altijd een marge aan: sommige systemen gaan tot 7 procent, anderen houden 10 procent aan. Je bruikbare capaciteit is dus altijd iets kleiner dan wat er op de doos staat.

Wat moet je nu instellen?

  • Heb je zonnepanelen? Zet je batterij op zelfconsumptie als uitgangspunt. Dat is vanaf 2027 verreweg je grootste bespaarpost.
  • Heeft je batterij een slimme of AI-modus? Als ze doen wat ze beloven te doen is het een mooie plus bovenop zelfconsumptie. Hij doet in de basis zelfconsumptie en pakt de dynamische dagen mee, zonder dat jij hoeft te schakelen.
  • Stuur je je batterij zelf aan? Zelfconsumptie in de zonnige maanden, eenzijdig handelen in de donkere. Niet terugleveren.
  • Staat je batterij nu permanent in dynamische modus? Dat is de instelling die je per 1 januari 2027 moet aanpassen. Een batterij van 5 kWh die puur dynamisch handelt, levert nog zo’n 60 euro per jaar op.
  • Heb je geen zonnepanelen? Dan levert een batterij voor jou vanaf 2027 weinig rendement op.

Reken het door voor je eigen huis

Alle cijfers hierboven gelden voor één referentiehuishouden. Jouw situatie is anders — en zoals Jeroen het zegt: niemand is gemiddeld. Op jeroen.nl/stroomanalyse staat een gratis tool waarin je je eigen P1-data uploadt: je afname en teruglevering per kwartier over een heel jaar, aangevuld met je opwek. Voor veel omvormermerken is er een directe koppeling. Daarna rekent de tool door wat jouw batterijcapaciteit en batterijstrategie opleveren — precies de berekening die we hierboven hebben gemaakt, maar dan op jouw meterstanden. Inmiddels hebben zo’n zes- à zevenduizend mensen dat gedaan.

Wat vind jij hiervan?

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 Comment
  • HJ
    2 oktober 2026

    Ik zelf doe het ietsjes anders. Ja. Zelfconsumptie bij voldoende opwek, voor bijna 9 maanden (besparing van €525) met 16kWh netto) maar je kan het opgeslagen overschot daarnaast ook nog op een later moment in de avond verkopen (kunnen met 17kW laden/ontladen). Altijd meer dan wat de elektriciteit leverancier er voor over heeft. Voor ons is dat nu ruim €200. En ja dan heb je wel een grotere capaciteit nodig natuurlijk.

    En voor de wintermaanden heb je met een all-electric woning natuurlijk (veel) meer energie nodig. Zo hebben wij dan eigenlijk ook dag en nacht (buiten) verlichting aan. Ook dan komt die grote capaciteit goed van pas. Daarmee kan je namelijk, zoals jullie weten, de benodigde energie op goedkopere tijden inkopen. Hiermee valt voor ons ook additioneel ongeveer €250 te besparen.

    Op deze manier kunnen wij maximaal profiteren van onze zonnepanelen en thuisbatterij. Overigens is de RTE nu 82% maar dat kan beter. Mogelijk ga ik daar deze winter nog iets aan doen.