De 10 ampèrevilla: hoe een heel huis all-electric draait op een campingaansluiting

Een volledig all-electric villa op een aansluiting die je normaal aan een caravan op de camping hangt? Het klinkt onmogelijk, maar het bestaat. De vader van Joost Folmer, directeur van energiebedrijf Eplucon, woont al zes jaar in een groot, volledig elektrisch huis dat draait op een aansluiting van slechts 1×10 ampère. Een een-fase aansluiting met zo’n 2,3 kilowatt vermogen. Dat is minder dan één stevige waterkoker plus een föhn. En toch: warmtepomp, elektrisch koken, wasmachine, droger, laadpaal, het zit er allemaal in. Hoe dan?
Waarom dit ertoe doet
De timing van dit verhaal is geen toeval. Ons stroomnet loopt vol, en sinds afgelopen zomer staan er op steeds meer plekken wachtrijen: je kunt je 1-fase-aansluiting niet zomaar meer laten verzwaren naar 3 fasen. Vervelend, want de reflex is: wil ik mijn huis elektrificeren, dan moet ik naar een grotere aansluiting.
De 10 ampère-woning draait die gedachte precies om. In plaats van een grótere aansluiting vragen Folmer en zijn team een zo kléin mogelijke aan, en lossen ze de rest op met slimme techniek. Zes jaar geleden moesten ze er nog voor knokken bij de netbeheerder — een 1×10A-aansluiting stond niet eens op de lijst, die was bedoeld voor een garagebox. Inmiddels is de wereld omgedraaid: de grote aansluitingen zijn schaars, en juist deze aanpak blijkt precies te bieden wat het net nodig heeft.
Hoe kan een villa op 2,3 kW draaien?
De truc is dat die 2,3 kilowatt van het net níet je maximale verbruik is. De woning heeft drie energiebronnen: de netaansluiting, de thuisaccu’s en de zonnepanelen. Die werken samen. Binnenshuis heb je daardoor veel meer vermogen beschikbaar — zo’n 7,3 kilowatt, met piekmomenten die kunnen oplopen tot het equivalent van een 32A-aansluiting.
Het echte brein zit niet in de losse apparaten, maar in de laag daarboven: een voorspellend energiemanagementsysteem dat alle grote componenten aanstuurt als één geheel. Het systeem laadt de weersverwachting in en voorspelt zowel de energievraag van de woning als de opbrengst van de panelen. Op basis daarvan bepaalt het continu welke bron op welk moment het slimst is. Cruciaal daarbij: het comfort mag nooit afhangen van wat de bewoner moet doen. Je hoeft dus niet zelf met schuifjes te spelen — het huis regelt het.
De drie “verborgen” batterijen
Het slimme van dit concept is dat het niet één, maar drie soorten opslag gebruikt. Alleen de eerste ziet eruit als een echte batterij:
- De thuisaccu. Drie accupakketten met samen zo’n 17 kWh, gekoppeld aan een omvormer van 5 kW. Overdag laden op zonneoverschot, ’s avonds en ’s nachts ontladen — of ’s nachts juist bijladen via de restcapaciteit van de 10A-aansluiting.
- Het warmwatervat. Een boilervat is eigenlijk een energie-accu die je al in huis hebt. Verwarm het overdag op zon, dan hoef je ’s avonds bij het douchen de warmtepomp niet meer aan te zetten. Hoe groter het vat, hoe meer flexibiliteit.
- De betonvloer. De woning is gebouwd met betonnen elementen en volledige vloerverwarming. Beton is een prima warmte-accu: zie je dat het kouder wordt en heb je energie over, dan “laad” je de vloer overdag op. ’s Avonds geeft die warmte langzaam af, en kan de warmtepomp uit blijven.
Juist die laatste twee zijn goud waard, omdat ze warmte verschuiven naar het moment dat er stroom over is. En omdat Eplucon zowel de warmtepomp, de vloerverwarmingsregeling als de sensoren levert, kan het systeem de vloer ook echt “opzij zetten” voor opslag in plaats van alleen voor comfort — iets wat alleen lukt als alles met elkaar praat.

De juiste apparaten kiezen
Bij een kleine aansluiting draait alles om je piekverbruik: niet hoeveel je over een dag gebruikt, maar hoeveel je op één moment tegelijk trekt. Daar kies je je apparaten op uit.
De belangrijkste keuze is de warmtepomp. In deze woning zit een modulerende water-waterwarmtepomp op bodemenergie, traploos regelbaar tussen 1 en 9 kW. Omdat de bodem het hele jaar rond de 10 graden blijft, hoeft die pomp nauwelijks moeite te doen om warmte op te halen — de COP ligt rond de 5, en het piekverbruik blijft onder de 2 kilowatt. Een lucht-waterwarmtepomp zou het op een koude winterdag veel zwaarder krijgen, met een fors hoger piekverbruik tot gevolg. (Zou Folmer het nu opnieuw bouwen, dan koos hij een modulerende propaanwarmtepomp van 1 tot 6 kW.)
Verder helpt alles wat de piek laag houdt: goede isolatie (de woning heeft een Rc-waarde van 8,2), vloerverwarming met lage aanvoertemperatuur, en efficiënte kookapparatuur. Hoe hoger de efficiëntie, hoe lager de piek.
En je comfort dan?
Dit is het punt waar het concept staat of valt, en juist daar zit de kracht. Op een winteravond wil je én verwarmen én elektrisch koken — precies wanneer er geen zon is. Het systeem lost dat op door prioriteiten te stellen. Ga je koken, dan gaat de beschikbare energie naar de keuken en zet het systeem even de warmtepomp en bijvoorbeeld de wasmachine uit. Dat merk je niet: de vloer en het huis zijn dan al opgeladen met warmte, en die blijft er lang genoeg in.
De zwaarste test tot nu toe was tweede kerstdag: geen zon, en koken voor achttien personen met de oven en kookplaat vol in bedrijf. Het systeem ving die piek gewoon op — de familie merkte er niets van. Achttien mensen geven trouwens zelf ook aardig wat warmte af, wat mooi meehelpt.
De harde grens: 55 kWh per dag
Er is één echte grens. Uit de netaansluiting haal je maximaal 2,3 kilowatt. Draai je dat 24 uur vol, dan kom je op zo’n 55 kWh per dag — en over een jaar op ongeveer 20.000 kWh. Ter vergelijking: dat is meer dan de meeste huishoudens ooit verbruiken. Zon en de accu’s komen daar in de praktijk nog bovenop.
Het idee is dat je als bewoner niet constant hoeft na te denken of je wel genoeg vermogen tot je beschikking hebt. Wel is het handig een globaal gevoel te hebben bij je verbruik, vooral in de winter. De enige echte no-go: dagenlang een jacuzzi of sauna laten draaien op een sombere winterdag zonder zon. Dan trek je de accu’s simpelweg te snel leeg. Voor alle gewone huishoudelijke apparaten — wasmachine, droger, kookplaat, oven — geldt geen enkele beperking.
En de elektrische auto dan?
De laadpaal bij een 10 ampère-woning heeft een duidelijke rol: die is er om je overtollige zonnestroom in de auto op te slaan. Je steekt de stekker uit gewoonte in de auto, maar wanneer er daadwerkelijk geladen wordt, bepaalt het systeem. In het voorjaar en de zomer levert dat prima op; in de winter blijft er weinig over, omdat de meeste energie dan naar de warmtepomp gaat.
Moet je élke dag flink laden, dan is één woning met een 10A-aansluiting daar niet genoeg voor. De oplossing zit dan op wijkniveau: een gedeeld laadplein met een grotere aansluiting, slim aangestuurd zodat niet iedereen tegelijk vol laadt. En als volgende stap komt bidirectioneel laden in beeld, waarbij je de auto niet alleen laadt maar ook weer kunt ontladen — zodat je autobatterij meedoet als extra buffer.
Het grotere plaatje: meer huizen op dezelfde kabel
Hier wordt het echt interessant. Op de capaciteit waarop normaal één nieuwbouwwoning met een 3×25A-aansluiting draait, passen zeven woningen met een 1×10A-aansluiting. Je kunt dus vijf tot zeven keer zoveel huizen bouwen op dezelfde hoofdaansluiting — in een tijd waarin we en huizen tekortkomen én een vol stroomnet hebben.
Voor netbeheerders is het bovendien ideaal, omdat het verbruik zo voorspelbaar wordt. Uit de data van de woning blijkt dat het verbruik zelfs op een koude dag van -6 à -7 graden niet boven de 1,8 kilowatt uitkomt, de hele dag vlak. En in de zomer levert de woning nooit meer dan 2 kilowatt terug — de bekende zomerse terugleverpiek die andere wijken verstopt, bestaat hier simpelweg niet. Geen pieken, wel voorspelbaarheid: precies wat een vol net nodig heeft.
Folmer vergelijkt het met asfalt: meer wegen aanleggen geeft soms wat minder file, maar vooral veel lege wegen. Zo ook met het stroomnet — hebben we echt zoveel extra kabels nodig, of vooral een betere spreiding van vraag en aanbod? De volgende stap die Eplucon uitwerkt is een virtual power plant op wijkniveau: woningen die samen, als één slim geheel, hun energie verdelen en bufferen. Steeds meer gemeenten pikken dit op en eisen “netbewuste woonwijken” bij de uitgifte van grond, met plaatsen als Harderwijk en Nunspeet als voorlopers.
Wat betekent dit voor jou?
Misschien denk je: leuk, zo’n volledig nieuw gebouwd huis op 10 ampère, maar wat heb ík daaraan? In Utrecht staan mensen inmiddels in de wachtrij voor een netverzwaring, en dat wordt steeds normaler. Oftewel: steeds meer Nederlanders willen (of moeten) verduurzamen, terwijl ze het met een relatief kleine aansluiting moeten doen.
De les van de 10 ampère-villa is dan hoopvol: er kan ontzettend veel op een kleine aansluiting, als je er maar goed over nadenkt. Kies apparaten met een laag piekverbruik, benut de opslag die je al in huis hebt (je warmwatervat en je vloer), verschuif zware verbruikers naar de momenten met zon of ruimte, en laat slimme software het zware werk doen. Je hoeft geen villa te bouwen om die principes toe te passen.
Wil je zien hoe zo’n woning zich in de praktijk gedraagt? Het mooie is dat je live kunt meekijken: op e-plushome.nl volg je realtime de opwek, het verbruik en de energiestromen van de woning. Ideaal om een gevoel te krijgen van hoe vlak en voorspelbaar dat profiel echt is.
Heb je zelf een 1-fase-aansluiting en wil je toch aan de slag met verduurzamen? Dan hebben we de concrete tips voor jou op een rij gezet in ons artikel Verduurzamen zonder 3 fase: kan dat?.
Liever kijken of luisteren? In de podcastaflevering ‘Hoe dan? Deze villa gebruikt net zoveel als jouw waterkoker‘ vertelt Joost Folmer alles over de 10-ampère villa.








