Groei zonnestroom in Nederland zet door onlangs zorgen

De stroom die we in Nederland opwekken met zonnepanelen is in 2025 significant gegroeid. Dit laten cijfers uit het jaaroverzicht 2025 van Nationaal Energie Dashboard zien. Dit ondanks alle berichten over terugleverkosten en het afschaffen van salderen.

Zonnestroom als motor van de energietransitie

In 2025 werd in Nederland in totaal ongeveer 128 terawattuur (TWh) aan elektriciteit geproduceerd, waarvan 52 procent duurzaam werd opgewekt uit bronnen als zon, wind, biomassa en (deels) afvalverbranding. Zonne- en windenergie namen samen circa 48 procent van de totale stroomproductie voor hun rekening. Alleen al zonnestroom was goed voor 27 TWh, ongeveer 22 procent van alle opgewekte elektriciteit. Dat is een forse sprong ten opzichte van 2024, toen zonnepanelen nog 22 TWh leverden. De belangrijkste verklaring: 2025 was een zonnig jaar én er kwam ongeveer 2 gigawattpiek (GWp) aan extra zonne­capaciteit bij.

Hoewel hernieuwbare bronnen de fossiele opwek inmiddels overtreffen, speelt aardgas nog steeds een grote rol. In 2025 was aardgas, inclusief warmtekrachtkoppeling (WKK), goed voor ongeveer 36 procent van de elektriciteitsproductie. Gascentrales worden daarbij steeds vaker flexibel ingezet om de schommelingen in zon- en windproductie op te vangen.

Nederland als zonnestroom-koploper

De Nederlandse cijfers sluiten aan bij de recent gepubliceerde data over de Europese stroommarkt in 2025. In Nederland was zonnestroom goed voor 22 procent van het stroomgebruik, in Europa gemiddeld iets boven de 20 procent. Daarmee is zon niet alleen in Nederland, maar in heel Europa de grootste groeier onder de hernieuwbare bronnen. Opvallend is dat Europa in 2025 voor het eerst meer elektriciteit uit hernieuwbaar dan uit fossiel haalde, terwijl Nederland die mijlpaal al in 2024 bereikte.

Over heel 2025 bedroeg het totale energieverbruik (gas plus elektriciteit) ongeveer 400 TWh. Ongeveer 29 procent daarvan was elektriciteit (circa 116 TWh verbruik), de resterende 71 procent gas (circa 285 TWh). De verdeling tussen gas en elektriciteit lijkt daarmee op die van 2024, maar binnen de elektriciteitsmix schuift het aandeel van zon en wind duidelijk op richting de meerderheid.

Dagrecords en seizoenspatronen

Kijk je in detail naar 2025, dan vallen een paar patronen op. De weekgrafieken van het Nationaal Energie Dashboard laten zien dat windenergie het jaar rustig begon, met lage productie in de eerste maanden. Gaandeweg het jaar nam de windopwek gestaag toe. Zonne-energie laat het bekende seizoenspatroon zien: een sterke piek in het voorjaar en de zomer, met lagere productie in de winter.

Exportland door zon en gas

Nederland is in 2025 duidelijk een netto-exporteur van elektriciteit geworden. Over het hele jaar is er bijna 14 TWh meer stroom uitgevoerd dan ingevoerd. Een groot deel van deze export ging naar België en Duitsland. Alleen uit Noorwegen werd netto elektriciteit geïmporteerd, met Denemarken was import en export ongeveer in balans.

Opvallend is dat het elektriciteitsverbruik in 2025 in elke maand hoger lag dan in 2024, maar dat Nederland desondanks méér kon exporteren dan een jaar eerder. Dat komt doordat de totale elektriciteitsproductie sterker groeide dan de vraag. De combinatie van hoge zonne-opwek en relatief lage gasprijzen speelde hierin een sleutelrol: gascentrales konden in de loop van het jaar beter concurreren met kolencentrales in de omringende landen, waardoor Nederlandse gasgestookte productie aantrekkelijk werd op de internationale markt.

CO₂-uitstoot en emissiefactor dalen verder

De groei van hernieuwbare elektriciteit vertaalt zich direct in lagere CO₂-uitstoot per kWh. In 2025 bedroeg de totale CO₂-uitstoot van de elektriciteitsproductie ongeveer 25.000 kiloton. De CO₂-emissiefactor – de hoeveelheid CO₂ per opgewekte kWh elektriciteit – daalde naar 0,209 kilogram CO₂ per kWh. Die daling zet al jaren door dankzij het toenemende aandeel zon en wind in de stroommix.

Belangrijk detail: Nederland exporteert netto elektriciteit, maar de CO₂-uitstoot van die geëxporteerde stroom wordt wel toegerekend aan de Nederlandse productie. Dat betekent dat de emissiecijfers deels staan voor energiegebruik in het buitenland. Anders gezegd: een deel van de CO₂ die Nederland in zijn elektriciteitssector uitstoot, hoort bij het verduurzamen van de stroommix in buurlanden.

Gas: lager verbruik, andere rol

Waar de elektriciteitssector sneller verduurzaamt, verandert het gasverbruik op een subtielere manier. In totaal lag de gasconsumptie in 2025 ongeveer 1,2 procent lager dan in 2024 en circa 25 procent onder het gemiddelde van vóór de energiecrisis (2019 tot 2021). Vooral de industrie gebruikte minder gas: de industriële vraag daalde met zo’n 11,5 procent. De lokale distributie naar huishoudens en kleine bedrijven daalde licht, met ongeveer 1,7 procent.

Bij gasgestookte elektriciteitscentrales is juist een trendbreuk zichtbaar: daar steeg het gasverbruik met ongeveer 16 procent ten opzichte van 2024. Dat komt doordat gascentrales vaker worden ingezet om de variabele productie van zon en wind op te vangen. In periodes met veel zon of wind draaien ze terug, maar ze staan klaar om snel bij te springen als die bronnen tijdelijk wegvallen.

Wat betekenen deze cijfers voor de toekomst?

De cijfers over 2025 laten zien dat zonnestroom in Nederland is uitgegroeid tot een structurele pijler onder de elektriciteitsvoorziening. De combinatie van een hoog aantal zonuren, doorlopende uitbreiding van PV-capaciteit en een elektriciteitsvraag die nog maar beperkt groeit, zorgt ervoor dat hernieuwbaar in steeds meer uren van het jaar de boventoon voert. Tegelijkertijd nemen de uitdagingen toe: netcongestie, het afschakelen van productie bij overschotten en de noodzaak van meer flexibiliteit en opslag.

Gas verdwijnt ondertussen niet uit beeld, maar verandert van rol. In plaats van baseload-voorziening verschuift gas steeds meer naar een flexibele bufferfunctie achter zon en wind. Hoe sneller Nederland inzet op slimme sturing, opslag, vraagrespons en verdere elektrificatie, hoe meer de groei van zonnestroom zich kan vertalen in structureel lagere CO₂-uitstoot én in een robuust energiesysteem dat klaar is voor de komende decennia.

Wat vind jij hiervan?

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nog geen reacties. Dus genoeg ruimte voor jouw reactie!