Waarom warmtepomphuishoudens nu extra profiteren van de lagere energierekening

Volgens nieuw onderzoek van het CBS betalen Nederlandse huishoudens in 2026 gemiddeld 1.993 euro aan energie, uitgaande van de prijzen van januari 2026 en een verwacht verbruik over heel het jaar. Dat is 52 euro minder dan in 2025, een daling van ongeveer 2,5 procent. Achter dat bescheiden gemiddelde gaat echter een veel grotere verschuiving schuil: huishoudens die van het gas af zijn en hun woning volledig elektrisch verwarmen, betalen structureel veel minder dan vergelijkbare huishoudens met een gasaansluiting.
Hoe het CBS de energierekening berekent
Het CBS berekent de energierekening niet aan de hand van wat mensen daadwerkelijk hebben betaald, maar door verwachte verbruiken te koppelen aan de tarieven van januari 2026. Daarbij kijken de onderzoekers naar drie grote kostenblokken: vaste kosten (vastrecht en netbeheer), energiebelasting en de variabele leveringskosten per kWh en per kubieke meter gas.
Belangrijk is dat het CBS rekent met gemiddelde verbruiksprofielen per type woning en huishouden, gebaseerd op onder meer cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving en eerdere verbruiksstatistieken. Zo ontstaat voor elk woningtype, van klein appartement tot grote vrijstaande woning, een ‘modelhuishouden’ met bijbehorende energierekening. Kosten of vergoedingen rond het terugleveren van zonnestroom worden in deze specifieke berekening niet meegenomen, waardoor de werkelijke rekening voor huishoudens met zonnepanelen gunstiger of juist ongunstiger kan uitvallen dan in het rekenvoorbeeld.
Waarom de gemiddelde rekening daalt
De gemiddelde daling van 52 euro is volgens het CBS vooral het gevolg van een lager verwacht verbruik, met name van gas. Huishoudens stoken zuiniger, woningen worden beter geïsoleerd en er zijn meer aardgasvrije huizen, wat direct doortelt in een lager gemiddelde gasverbruik per jaar.
Tegelijkertijd zijn de variabele leveringstarieven voor gas en elektriciteit iets gedaald, terwijl vaste kosten zoals transport en vastrecht juist zijn gestegen en de energiebelasting op gas hoger ligt dan in 2025. Per saldo levert dit voor het gemiddelde huishouden een kleine meevaller op: omgerekend iets meer dan vier euro per maand.
Elektrisch verwarmen: de grote winnaar in de cijfers
De echte gamechanger zit niet in die 52 euro, maar in de enorme verschillen tussen woningtypes en warmtebronnen. Huishoudens in een woning die grotendeels of volledig elektrisch wordt verwarmd, vaak met een warmtepomp, betalen volgens het CBS rond de 1.020 euro per jaar aan energie. Daarmee zitten zij ver onder het landelijke gemiddelde van 1.993 euro.

Aan de andere kant van het spectrum staan grote, oude vrijstaande woningen die op aardgas draaien. Meerpersoonshuishoudens in dit type woning betalen gemiddeld tussen de 3.370 en 3.410 euro per jaar, afhankelijk van de exacte indeling in het CBS‑onderzoek. Zelfs kleinere gaswoningen, zoals een appartement, komen al snel ruim boven de 1.300 euro per jaar uit.
Met andere woorden: huishoudens die van het gas af zijn, betalen volgens de CBS‑modellen honderden tot soms duizenden euro’s minder per jaar dan vergelijkbare huishoudens die nog volledig op aardgas stoken.
Waarom elektrisch volgens het CBS goedkoper uitvalt
De CBS‑cijfers maken duidelijk dat meerdere factoren samenkomen:
- Geen gasverbruik meer
Gas blijft, ondanks alle veranderingen, een van de duurste componenten in de energierekening, zeker bij slecht geïsoleerde of ruime woningen. Wie volledig elektrisch verwarmt, snijdt deze kostenpost grotendeels weg. - Hogere efficiëntie van warmtepompen
Warmtepompen leveren per kWh elektriciteit meerdere eenheden warmte, terwijl een cv‑ketel gas bijna één op één omzet in warmte. In de rekenmodellen van het CBS vertaalt die efficiëntiewinst zich in een veel lager verbruik aan ‘inkoopenergie’ voor dezelfde hoeveelheid comfort. - Betere isolatie en moderne installaties
Woningen die al elektrisch verwarmd worden, zijn in de praktijk vaak nieuwer of grondig gerenoveerd en daardoor beter geïsoleerd. Dat betekent: minder warmteverlies, minder draaiuren en dus een lagere energienota. - Zonnepanelen
Hoewel de CBS‑rekenvoorbeelden geen rekening houden met opbrengsten of kosten rond terugleveren, hebben veel volledig elektrische huishoudens zonnepanelen, waardoor hun werkelijke elektriciteitskosten lager kunnen uitvallen dan de modelcijfers suggereren.
Binnen de gasgroep: enorme spreiding
Zelfs als je alleen naar aardgaswoningen kijkt, is de spreiding groot. In de CBS‑analyse geldt: hoe groter en ouder de woning en hoe meer bewoners, hoe hoger de rekening.
- Een klein appartement met een laag verbruik zit rond de 1.380 euro per jaar.
- Een rijtjeswoning met meerdere bewoners komt al snel boven de 2.000 euro uit.
- Een oude, grote vrijstaande woning tikt gemiddeld richting de 3.400 euro per jaar.
Door de combinatie van hogere vaste kosten en lagere variabele tarieven profiteren juist de hoge verbruikers relatief het meest van de huidige prijsontwikkeling: in de CBS‑cijfers gaan gaswoningen met het hoogste verbruik er gemiddeld zo’n 3,7 procent op vooruit, terwijl de groep met het laagste verbruik rond de 1,3 procent bespaart.
De gemiddelde daling maskeert een structurele kloof
Als je alleen naar de 52 euro kijkt, lijkt de conclusie: “Het valt allemaal mee.” De CBS‑uitwerking laat echter zien dat de jaarlijkse schommeling in de gemiddelde rekening in het niet valt bij het structurele verschil tussen gas en elektrisch.
- Gemiddeld huishouden: 1.993 euro per jaar.
- Volledig of grotendeels elektrisch: ongeveer 1.020 euro.
- Grote, oude vrijstaande gaswoning: circa 3.400 euro.
De warmtebron is daarmee een van de belangrijkste determinanten geworden voor de hoogte van de woonlasten. Twee huishoudens met hetzelfde inkomen kunnen honderden euro’s per maand van elkaar verschillen, puur door het type woning en de gekozen (of nog aanwezige) warmtevoorziening.
Financiële prikkel én ongelijkheid in de energietransitie
De CBS‑cijfers onderstrepen dat er inmiddels een duidelijke financiële prikkel is om te verduurzamen. Wie kan investeren in isolatie, een warmtepomp en eventueel zonnepanelen, ziet zijn jaarlijkse energielasten flink dalen. Maar dezelfde cijfers leggen ook een knelpunt bloot: niet iedereen kan of mag zijn woning zomaar verduurzamen.
Huurders zijn afhankelijk van de keuzes van hun verhuurder, bewoners van oude of monumentale panden lopen tegen technische beperkingen aan en voor veel huishoudens zijn de benodigde investeringen simpelweg niet haalbaar. Zo ontstaat een tweedeling: een groep die dankzij investeringen structureel profiteert van lagere energierekeningen, en een groep die vastzit aan relatief dure gasgestookte warmte.
Voor beleid en politiek is de boodschap van het CBS‑onderzoek dan ook helder: de energietransitie is niet alleen een klimaatvraagstuk, maar steeds nadrukkelijker een vraagstuk van betaalbaarheid en rechtvaardigheid.








