Hoe 15.000 laadpalen stiekem duurder werden, en niemand iets deed

Het klinkt als een detail: 2 cent per kilowattuur. Maar op tienduizenden laadpalen, dag in dag uit, loopt dat op tot miljoenen euro’s. En het ergste? Niemand wist ervan. De gemeentes niet. De exploitanten niet. En de automobilist die aan de paal stond zeker niet.

Maarten Hachmang, oprichter van LaadpasTop10, ontdekte het in januari 2025. En wat hij vond, haalde het nieuws bij NU.nl en NRC.

Hoe het werkt: lagen op lagen

Om te begrijpen hoe dit mogelijk is, moet je weten hoe de prijs bij een publieke laadpaal tot stand komt. Het begint bij de exploitant, het bedrijf dat de laadpaal heeft neergezet. Die spreekt een tarief af met de gemeente of provincie, via een zogenaamde concessie. Dat is een contract waarin staat: in deze regio kost laden maximaal zoveel cent per kilowattuur.

Maar tussen de laadpaal en jouw bankrekening zitten nog meer partijen. Je laadpas-aanbieder, ook wel MSP (Mobility Service Provider) genoemd, verrekent de laadsessie. En vaak zit er nog een softwareplatform tussenin dat de transactieverwerking regelt. Eén van die platforms is Greenflux, onderdeel van DKV Mobility.

De ontdekking

Hachmang heeft via zijn bedrijf Charge It Up een systeem waarmee hij de officieel gecommuniceerde tarieven kan vergelijken met wat er daadwerkelijk wordt afgerekend, op basis van de digitale kassabonnetjes uit laadpalen, de zogenaamde Charge Detail Records (CDR).

Wat hij zag: bij grote groepen laadpalen, onder andere van IQ Charge en TotalEnergies, week het afgerekende bedrag structureel 2 cent per kilowattuur af van wat de exploitant had gecommuniceerd. In Utrecht zou een rijder op basis van het officiële tarief 43 cent per kWh moeten betalen; in werkelijkheid werd 45 cent afgerekend. In Amsterdam: van 35 naar 37 cent. Het prijsverschil dook op bij 15.000 laadpalen.

Greenflux, het platform dat de transactieverwerking verzorgde, had het extra bedrag stilletjes toegevoegd aan de afrekening richting alle laadpas-aanbieders. Die betaalden het door, en de automobilist aan de paal betaalde de rekening.

Het moment was zorgvuldig gekozen: 1 januari, wanneer ook belastingtarieven en energieprijzen traditioneel wijzigen. “In januari weet toch ook niemand eigenlijk wat je precies betaalt,” aldus Hachmang.

Boosheid, maar geen actie

Toen Hachmang zijn bevindingen publiceerde, waren de gemeenten en provincies not amused: ze hadden concessies afgesloten met vaste maximumtarieven, en die werden nu stilletjes overschreden. Exploitanten stonden met lege handen: zij hadden hun financiële afhandeling uitbesteed aan Greenflux en bleken contractueel onvoldoende beschermd te zijn.

Greenflux zelf ging in de ontkenning, en wees in een publiek statement naar “individuals in the industry” die de zaak zouden hebben opgeblazen.

Wat volgde: geen compensatie voor automobilisten. Geen handhaving door toezichthouders. En de 2 cent? Die zit er nog steeds in. Ruim een jaar later wordt op de betrokken laadpalen nog altijd hetzelfde extra bedrag gerekend. Hachmang schat dat Greenflux in dat jaar met die 2 centen gezamenlijk meer dan 6 miljoen euro heeft verdiend.

Wel zagen diverse exploitanten aanleiding om hun laadpalen van het Greenflux-platform te verhuizen naar andere platforms.

Een structureel probleem

Wat de zaak extra verontrustend maakt: dit is niet een incident, maar een symptoom van hoe de laadmarkt is ingericht. Kosten worden steeds vaker niet transparant in het kWh-tarief verwerkt, maar apart gefactureerd aan laadpas-aanbieders. Die kiezen er dan al dan niet voor dat door te belasten aan hun klanten, de rijder aan de paal.

Eind 2025 ontdekte Hachmang een vergelijkbare constructie bij Last Mile Solutions, een platform dat de transacties voor zo’n 21.000 laadpalen verwerkt voor exploitanten als EQUANS, Ecotap en LomboXnet. Dit bedrijf introduceerde een zogenaamde ‘hub fee’ van 25 cent excl. BTW (30 cent incl. BTW) per laadsessie, voor alle sessies waarbij de rijder een laadpas gebruikt van buiten het eigen platform.

Het verschil met de Greenflux-aanpak: Last Mile Solutions kondigde de wijziging 6 à 7 weken van tevoren aan. Maar ook hier was er een probleem: het bedrijf kon in de eerste communicatierondes niet precies aangeven op welke laadpalen de hub fee wél gold en welke niet. Daardoor konden laadpas-aanbieders hun klanten vooraf niet informeren over waar ze een kwartje extra zouden betalen.

Wat kun je er zelf aan doen?

De meest betrouwbare manier om vooraf te weten wat een laadsessie kost, is de app van je eigen laadpas te gebruiken. Die geeft de actuele tarieven weer, inclusief eventuele platform- of transactiekosten die elders niet zichtbaar zijn. Wil je meer praktische tips over slim laden? Luister dan naar de nieuwste aflevering van De Groene Nerds of lees ons andere artikel over hoe je zo goedkoop mogelijk je auto oplaadt.

Wat vind jij hiervan?

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nog geen reacties. Dus genoeg ruimte voor jouw reactie!